De antwoorden van het antiglobalisme.
Projectomschrijving
Eind september 2001 verscheen het eerste Nederlandstalige boek over antiglobalisme. Journalist Dirk Barrez poogt een invulling te geven aan deze nieuwe mondiale basisbeweging. Hij baseert zich daarvoor op het eerste Wereld Sociaal Forum dat plaats vond in het Braziliaanse Porto Alegro en confronteert die inzichten met de protesten die zich van Seattle tot Genua hebben gemanifesteerd.
Sinds eind 1999 komt van Seatlle tot Genua het mediagenieke protest tegen de huidige globalisering volop in beeld. Van Brazilië tot India groeit het verzet, bij landlozen die massaal grond bezetten, bij miljoenen boeren die genoeg hebben van de almacht van zaad-en pesticidenmultinationals.
Wat al deze mensen drijft is scepsis over de huidige globale economie, scepsis over een wereld waar de economie voorrang krijgt op de mens, waar de welvaart steeds ongelijker verdeeld raakt, waar mensenrechten in de verdrukking komen, waar de ecologische ravages onvoorstelbaar groot zijn en waar de besluitvorming over dat alles door multinationale ondernemingen, door de rijkste landen en door enkele internationale organisaties veelal in het geheim en ondemocratisch verloopt.
Antiglobaliseringsbeweging is haar naam geworden, eigenlijk volkomen onterecht. Want deze beweging is naarstig op zoek naar alternatieven voor deze globalisering en het allesoverheersende vrije marktdenken. Dat is zeker zo eind januari 2001 wanneer duizenden mensen uit alle hoeken van de wereld zich verzamelen in het Braziliaanse Porto Alegre voor het eerste Wereld Sociaal Forum onder het motto 'Een andere wereld is mogelijk'.
Dit nieuwe Forum profileert zich heel bewust als de tegenhanger van het jaarlijkse Wereld Economisch Forum in het Zwitserse Davos en wil een economie in dienst van de mens en niet andersom. Porto Alegre wil een ontmoetingsplaats zijn voor alternatieven die ook mensenrechten, sociale rechtvaardigheid en duurzame ontwikkeling kunnen realiseren. Het wil er de aandacht van de internationale publieke opinie op vestigen en kans bieden om allianties te smeden tussen sociale bewegingen, vakbonden en NGO's.
Dirk Barrez was aanwezig in Porto Alegro. Hij had er tientallen gesprekken met zo verscheiden mensen als Naomi Klein, Walden Bello, Ignacio Ramonet, Aminata Traore, Joao Stedile, Riccardo Petrella, Shalmali Guttal, Bernard Cassen, Muchtar Pakpahan, Harlem Desir, Sylvia Borren en vele anderen. Met als leidraad, wat loopt er fout met de huidige globalisering? En waar moet het met onze wereld naartoe? Hoe best welvaart voortbrengen en hoe die verdelen? Wat is de rol van de politiek? En wat moet de samenleving doen? En misschien wel de meest cruciale vraag van allemaal: is Porto Alegro de geboorte van een mondiale sociale beweging die zo sterk kan worden dat de maatschappelijke krachtsverhoudingen in haar voordeel kantelen en zij die veelzijdige utopie van een nieuwe wereld kan realiseren?
Werkbeurs
Werkbeurs Fonds Pascal Decroos: 4.090,24 euro (150.OOO BEF), toegekend op 28 februari 2001.
Publicatie
Titel: De antwoorden van het antiglobalisme.
Van Seattle tot Porto Alegre
Auteur: Dirk Barrez
Uitgeverij: Globe (is een gezamenlijk initiatief van Roularta Books en VAR ) / Mets en Schilt i.s.m. 11.11.11
Isbn 90 5466 789 3
Prijs: ca 706 BEF of 17,5 euro
Verschijnt: 29 september 2001
Contactpersoon: Piet Bulteel (+32 475 63 46 23)
Dit boek kwam tot stand met steun van Vredeseilanden en het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.
De antwoorden van het antiglobalisme wordt in het frans vertaald
Het boek De Antwoorden van het antiglobalisme. Van Seattle tot Porto Alegre van VRT-journalist Dirk Barrez wordt vertaald in het Frans. De Franstalige editie verschijnt in BelgiÔ bij uitgeverij La Longue Vue onder het label Le Roseau Vert. In Frankrijk is de uitgave in handen van uitgeverij Castella. De publicatie is voorzien voor eind januari 2002, net voor het tweede Wereld Sociaal Forum start in het Braziliaanse Porto Alegre.
De uitgevers voeren ook gesprekken en onderhandelingen over een Engelstalige en een Spaanstalige uitgave.
In Vlaanderen en Nederland is het boek binnenkort aan een derde druk toe en in Vlaanderen staat het boek sinds weken in alle boekentoptienen.
De antwoorden van het antiglobalisme geeft in elk geval een forse duw in de rug van de maatschappelijke discussie over globalisering. De media hebben het thema heel hard opgepikt, tal van interviews verschijnen of worden uitgezonden en er gaat bijna geen dag en avond voorbij of de auteur moet wel ergens naartoe voor een lezing, interview, discussie of debat over globalisering, over alternatieven voor de huidige globalisering en over de zogenaamde antiglobaliseringsbeweging.
Enkele uittreksels
Hieronder vindt u enkele uittreksels uit het boek De antwoorden van het antiglobalisme. Van Seattle tot Porto Alegre, de proloog, het hoofdstuk over het mondiaal basisinkomen en het slothoofdstuk waarin wordt gepoogd de agenda en het programma voor een leefbare uit te tekenen.
Proloog
alle grote dingen zijn gebeurd door te dromen (boek p.19)
Een eerste kans om ons oor te luisteren te leggen krijgen we al de namiddag van onze aankomst in Porto Alegre. Er is een grote samenkomst, er is muziek, er zijn toespraken met veel applaus, er is sfeer, kortom, we zijn in Latijns-Amerika.
In de vooravond wordt de samenkomst één grote betoging door de hoofdstraten van het wat mediterraan aandoende centrum van deze havenstad met haar bijna anderhalf miljoen inwoners… De spandoeken kanten zich veelal tegen het neoliberalisme, slogans weerklinken, er zijn veel rode vlaggen, er is zelfs een portret van Lenin. De lokale arbeiderspartij die de stad en de deelstaat bestuurt laat zich vanzelfsprekend opmerken, maar het blijft vooral een vrolijke optocht, een ideale gelegenheid voor een eerste kennismaking met wat hier leeft.
De eerste die we aanspreken blijkt de secretaris van het stadsonderwijs te zijn. Hij is ook lid van een organisatie voor volksopvoeding: 'Ik hoop dat de wereld ziet hoe de mensen moeten leven in de Derde Wereld, hoe ze in de sloppenwijken van deze stad in onleefbare woningen van karton, papier en plastiek moeten huizen, dat is eigenlijk onmenselijk. Het is symbolisch voor al die mensen die hun bestaan in gelijkaardige omstandigheden moeten doorbrengen, in Afrika of Azië. Maar die toestand is niet natuurlijk, hij is te wijten aan de internationale economische politiek die wordt gevoerd.'
Bijna vanzelfsprekend loopt ook de Franse coryfee van de antiglobalisering, José Bové, mee in de stoet: 'Met wie het economisch voor het zeggen heeft is geen verandering mogelijk. Met hen kunnen we geen nieuwe internationale en vooral geen economische verhoudingen realiseren. Want die zijn die mensen op het lijf geschreven. Maar we zijn hier met delegaties van sociale bewegingen en vakbonden uit wel honderdtwintig landen. Dat is formidabel en dit succes geeft ons een grote legitimiteit. We hebben de kans om de internationale strijd beter te organiseren, zodat we overal ter wereld het neoliberalisme kunnen bestrijden.'
'Wij willen dat de grond is voor wie hem bewerkt, wij willen krediet kunnen krijgen, wij willen middelen om de grond te bewerken,' zegt een stem van een Afrikaans plattelandsnetwerk.
Hij krijgt steun van een Franse landbouwer: 'Voor de landbouwers is een landhervorming allerbelangrijkst, zodat er land is voor iedereen die land wil bewerken.'
Iemand van MST, de Braziliaanse beweging van landlozen, valt hem bij: 'Wij willen zeggenschap over de voedselproductie - noem dat gerust voedselsoevereiniteit -, wij willen een grondige landhervorming en van genetisch gewijzigde gewassen willen we niets weten.'
En een landbouwer uit Tsjaad: 'Onze huidige landbouw vernietigt het milieu zonder wederopbouw. We moeten bouwen aan een leefbare en een ecologische landbouw.'
Een volledig in het oranje geklede Indiër - van een spirituele organisatie met nogal wat sociale activiteiten - valt hen bij: 'Ik hoop dat we uit deze samenkomst de kracht halen om de wereld die we willen sneller te realiseren. We moeten vechten tegen de individualisering die de media ons opdringen en solidariteit creëren tussen mensen en landen.'
'We zijn allemaal hier om samen tegen onrecht te vechten,' zegt een Europese militante, 'en als we dat doen vanuit de basis denk ik dat we een veel strijdbaarder beweging gaan krijgen.'
Een ietwat opdringerige Amerikaanse wil haar overtuiging ook kwijtraken: 'Ik kom uit Seattle en was betrokken bij de betogingen tegen de Wereldhandelsorganisatie. Ik hou er niet van dat de mensen het bloed wordt uitgezogen door het kapitalisme, ik wil die nieuwe wereld zien. Daarvoor moeten we de economie decentraliseren zodat de opbrengst en het werk gaan naar degenen die nu sterven.'
Midden in de luidruchtige betoging loopt ietwat afgezonderd de bisschop van de Braziliaanse deelstaat Goiás: 'Dat we hier met zovelen zijn om die almachtige eenheidsmarkt te bestrijden is al een resultaat. Samen zoeken we naar alternatieven in de lijn van de geschiedenis die meer menselijk wordt, met vooral meer respect voor de natuur en met heel andere verhoudingen tussen de naties, bijvoorbeeld heel andere handelsrelaties waarin de armsten een plaats hebben.'
Maar hoe daar geraken? De Afrikaanse stem vervolgt: 'Het succes zal liggen in menselijke solidariteit, in wereldwijde solidariteit zodat we tegenover de huidige globalisering onze eigen opvattingen hebben, ons eigen project.'
Op de voor de hand liggende bemerking dat zoiets toch nog een verre droom is, komt meteen het antwoord: 'Alle grote dingen zijn gebeurd door te dromen, we gaan er ons aan zetten.'
Een mondiaal basisinkomen
Voor iedereen een kwart euro per dag (om te beginnen) (boek p.149)
De inkomenskloof tussen rijk en arm slaat met verstomming. De twintig procent rijksten 'verdienen' zowat vijfenzeventig keer zoveel als de twintig procent armsten. Deze kloof is immens, ze is vrij jong en, wat nog meer verbaast, ze vergroot nog steeds. Toch bedraagt het wereldinkomen gemiddeld zowat vijfduizend euro per jaar voor elke mens. Indien dat wereldinkomen rede-lijk evenwichtig verdeeld zou zijn, zou iedereen genoeg hebben om van te leven. Maar iedereen weet dat het nu niet zo is. Hoe kan het dan wel?
Arbeid die in behoorlijke omstandigheden fatsoenlijk wordt vergoed, blijft hét middel bij uitstek om de kost te verdienen. Goed verspreid grondbezit, samen met een duurzaam beheer van velden, weiden, bossen en wateren, kan in vele landen tallozen aan de nodige productiemiddelen, werk en inkomen helpen. Een verstandige indus-trialisering die gebruik maakt van een milieuvriendelijke techno-logie kan wonderen doen op het vlak van de werkgelegenheid en de inko-mensgroei. Echte vrije handel, waarbij alle partijen hun voordeel doen, draagt daar bovenop nog bij tot de ver-spreide rijkdom.
Maar niemand moet zich voor de nabije toekomst te sterke begoochelingen maken.
Zelfs in het beste geval heeft niet iedereen die daar moet van leven, voldoende productiemiddelen om in het eigen onderhoud te voorzien. Integendeel, de kwaliteit van visgronden, bossen en landbouwland is in stijgende mate aangetast. Ze zijn ingepikt of zelfs vernietigd.
Zelfs in het beste geval is er niet voor iedereen voldoende arbeid en zeker geen arbeid die voldoende wordt betaald.
Zelfs in het beste geval worden vele menselijke prestaties die bijdragen tot welvaart en welzijn niet vergoed.
Zelfs in het beste geval zullen er mensen uit de boot blijven vallen, blijft er een erg ongelijke inkomensverdeling en, vooral, hebben velen gewoon te weinig koopkracht om menswaardig te leven.
Daar komt dan het basisinkomen voor de dag, een inkomen dat elke mens krijgt, van de geboorte tot de dood, onvoorwaardelijk.
Af en toe duiken voorstellen voor een basisinkomen op in sommige welvarende landen en kan je horen argumenteren dat het betaalbaar is. Wil dat zeggen dat het basisinkomen alleen weggelegd is voor rijke samenlevingen? Op het eerste gezicht is dat zo, maar als we de wereld globaal bekijken en daarbij onze verbeelding én ons verstand gebruiken, kunnen we tot een realistisch voorstel komen: voor iedereen alvast een mondiaal basisinkomen van een kwart euro per dag.
Wat moet dat kosten? We zijn met zes miljard mensen, dat is dus 547,5 miljard euro per jaar. Is dat veel? Niet echt, het wereld-inkomen is ruim vijftig maal groter. Met een belasting op het wereld-product van amper twee procent kan elke wereldburger dat basisinkomen krijgen.
Voor de rijken in vooral Europa, Noord-Amerika en Japan is een kwart euro per dag natuurlijk een peulschil. Toch moeten ze het krijgen. Het herinnert hen eraan dat velen met wel heel weinig moeten rondkomen.
Voor enkele miljarden mensen betekent die kwart euro per dag een wereld van verschil. In de armste landen zouden velen hun inkomen op die manier liefst zien verdubbelen. Zelfs in landen met een hoger gemiddeld inkomen zoals India, China en andere landen, zouden vele honderden miljoenen burgers hun koopkracht aanzienlijk verhogen. Ook voor hen is zo'n basisinkomen echt niet te versmaden.
Mogelijk merkt iemand op dat een kwart euro te weinig is om uit de armoede weg te raken. Dat vergt wat toelichting.
Ten eerste moet zo'n basisinkomen opgeteld worden bij het (vaak karige) inkomen dat de mensen nu al hebben. Het basisinkomen is geen vervanging voor degelijk en fatsoenlijk betaald werk, maar staat daar naast.
Ten tweede zal de verhoogde koopkracht een enorme stimulans mee-brengen voor de lokale economieën, wat voor meer werk en dus extra inkomen zal zorgen. Meer nog, dit mondiale basisinkomen schept het vermogen om de armoede duurzaam te bestrijden: een evenwichtiger gespreide koopkracht zal meebrengen dat de immense behoeften aan drinkbaar water, voedsel, huizen en onderwijs eindelijk bevredigd kunnen raken. Het basisinkomen is een hefboom voor een krachtige sociale economie.
Ten derde is er eigen-lijk niets op tegen om zo nodig niet twee, maar vier of zelfs meer procent van het we-reldinko-men te herverdelen.
Ten vierde moeten lokale overheden natuurlijk werk blijven maken van gezondheidsvoorziening, onderwijs, landverdeling, watervoorzie-ning, wegen, openbaar vervoer enz.
Ten vijfde is er internationale samenwerking nodig om bijvoorbeeld het broeikas-effect te bestrijden, om snel een duurzame economie uit te bouwen, om kinderarbeid te beteugelen en sociale regels te doen respecteren, om oorlog en geweld te keren en een veiliger wereld te maken, om speculatieve en ontwrichtende financiële stromen te controleren én om voor ieder-een het basisin-komen te garanderen.
Het is in dit ruimere kader dat het wereldbasisinkomen moet worden gezien en dat het de kiem kan zijn voor een ontwikke-lingsmo-del dat én duurzaam is én de armoede echt de wereld uit helpt. Meer nog, die kwart euro per dag is een ambitie die even mobiliserend en wervend kan werken als eisen uit het verleden, zoals de achturen-dag, het alge-meen stemrecht voor man én vrouw of de af-schaffing van de slavernij.
De enige voorwaarde is dat zo'n inkomen ook werkelijk gegarandeerd moet zijn. Dit lijkt me een prima opdracht voor de Verenigde Naties. Dat is geen gemakkelijke opdracht, maar ze is zeker eenvoudiger dan de wereld te willen ontwikkelen met aller-lei programma's die ondoeltreffend gebleven zijn. De VN zouden daarmee een echt instrument van inkomensherverdeling worden op onze wereld. Meteen bewaken zij ook het eerste mensenrecht van iedereen, namelijk het recht op bestaan. De inkomsten kunnen zij halen uit een mondiale belasting op internationale financiële verrichtingen, op het verbruik van fossiele brandstoffen en op andere activiteiten die meer dan eens de leefbaarheid van onze wereld ondermijnen en bijna uitsluitend rijke mensen treffen. Die fiscale bevoegdheid zou meteen ook aanzienlijk bijdragen tot de geloofwaardigheid van een echt mondiaal VN-bestuur. Vanzelfsprekend kan dit alles maar doorgang vinden als die Verenigde Naties ook een door en door democratische organisatie zijn.
Het mondiaal basisinkomen lijkt misschien een 'te simpele' oplossing. Maar ik ben ervan overtuigd dat het kan werken en, wat belangrijker is, ik zie geen fundamentele hinderpalen. We moeten het simpelweg verwezenlijken.
Zelfs als we het niet meteen wereldwijd kunnen invoeren - wat te verwachten valt natuurlijk, want we kiezen altijd te traag voor de beste oplossingen - kunnen we alvast starten met het mondiaal basisinkomen op een meer beperkte schaal. Zo kunnen bilaterale overeenkomsten overwegen tussen ontwikkelingsministeries en arme plattelandsstreken die het basisinkomen waarborgen voor alle bewoners van die regio. Er is geen beletsel om hier werk van te maken. Dat bezwaar bestaat niet voor de verantwoordelijken voor internationale samenwerking in rijke en arme landen, in de Europese Unie, UNDP, Wereldbank of andere. Meer algemeen is dat bezwaar er evenmin voor al wie politieke verantwoordelijkheid draagt op lokaal, regionaal, nationaal of internationaal niveau.
Programma voor een andere wereld (boek p.254)
Het slothoofdstuk 'Programma voor een andere wereld' uit De antwoorden van het antiglobalisme kan u integraal vinden in het artikel Ontwaken uit de neoliberale winterslaap. Programma voor een leefbare wereld
